Uitvoering van dilataties

Wanden kunnen niet onbeperkt verlengd worden zonder een dilatatie toe te passen. Hiermee wordt een plek gecreëerd waar de constructie de ruimte krijgt om te vervormen. Zonder dilatatie kunnen spanningen in de wand scheuren veroorzaken.

Bij elementenprojecten worden de dilataties op de wanduitslagen aangegeven.

Er zijn verschillende soorten dilataties:

Koude dilatatie
Een koude dilatatie kan alleen toegepast worden in wanden op een niet-doorbuigende ondergrond. Deze dilatatie is bedoeld om krimpvervormingen op te vangen en heeft een breedte van 0-1 mm. De wanden kunnen ‘koud’ tegen elkaar aan geplaatst worden. Hierbij mag in de verticale voeg geen lijm gebruikt worden; dit zou de werking van de dilatatie opheffen. Afwerken kan op verschillende manieren. De gemakkelijkste is het gebruik van wapeningsgaas, ingebed in stucmortel.

Gevulde dilatatievoegen
Houd bij wanden op een doorbuigende ondergrond rekening met:
• eventuele vervormingen door krimp;
• vervormingen door doorbuiging.

De gevulde dilatatie die hiervoor nodig is, heeft een minimale breedte van 10 mm. Deze ruimte moet opgevuld, om geluidsoverlast te voorkomen. Bijvoorbeeld met een flexibel PUR schuim of een elastische rugvulling. Een gevulde dilatatie blijft altijd zichtbaar en kan afgewerkt met stuc-stopprofielen en een elastisch blijvende kit.

Dilataties in tegelwerk 

Soms moeten er dilataties opgenomen worden in het tegelwerk van een badkamer. Wij adviseren de volgende werkwijze:
• Werk altijd vanuit de dilatatie en dicht de voeg af met een elastische kit.
• Sluit tegels en vensterbanken op borstweringen, die tussen twee neggekanten worden opgesloten, niet strak aan tegen de opgaande neggekant. Werk de naad af met een op de kleur van de voeg afgestemde elastische kit.
• Werk aansluitingen van dragende en niet-dragende wanden af met een elastische kit. Zorg ervoor dat de tegels vrij blijven van de hoek, zodat beweging mogelijk blijft.

Aansluitingen
Eigenlijk zijn het geen dilataties, maar houd toch rekening met de aansluiting van kalkzandsteenwanden onderling. Dit kan op twee manieren: flexibele aansluitingen of starre aansluitingen.

  • Flexibele aansluitingen
    Bij aansluiting van een niet-dragende wand op een doorbuigende ondergrond met een dragende wand of een wand van een ander materiaal wordt gebruikgemaakt van een flexibele aansluiting. Er moet rekening gehouden worden met beweging, niet alleen met die van krimp. Om de wand voldoende stabiliteit te geven worden er dilaterende wandankers opgenomen in de lintvoegen. Deze voegen worden ook gebruikt als akoestische ontkoppeling van gevel- en binnenwanden bij massieve bouwmuren.

  • Starre aansluitingen
    Starre aansluitingen zijn gelijk aan de loodvoegverbinding, zie Constructief

Bekijk ook het adviesblad dilataties en aansluitingen.