Afwerking van dilatatievoegen

Vooraf aangebrachte dilatatievoegen kunt u niet zonder meer met (dun)pleisterlagen afwerken. Wanneer de wanden in de drogingsfase krimpen of andere vormveranderingen ondergaan, leidt dat onvermijdelijk tot zichtbare naden. Werk daarom volgens onderstaande aanbevelingen.

Afwerking van koude dilatievoegen

Kiest u voor de zogenaamde ‘blinde’ afwerking? Dan kunt u koude (bouwfysische) dilataties wegwerken achter de gangbare wandafwerking. Deze wapent u ter plaatse van de dilatatie aan het oppervlak met een minimaal 150 mm breed dilatatieband van glasvliesweefsel. Bij beschadigingen en bredere dilataties vult u eerst het oppervlak uit. Bij openstaande dilataties zet u de voeg dicht vanaf het oppervlak, over een diepte van 1,5 maal de voegbreedte. Afhankelijk van de eindafwerking, kan de dilatatie zich na verloop van tijd enigszins aftekenen. Bij een onderhoudsbeurt verhelpt u dat met een goed vullende muurverf.

Kiest u voor een zichtbare afwerking? Dan werkt u de koude dilataties af met twee stucstopprofielen, die u op de wand aanbrengt met circa 3 mm. De tussenliggende naad werkt u vervolgens af met een overschilderbare, elastisch blijvende kit. Voor dunpleisters bestaan speciale stucstopprofielen.

Afwerking van gevulde dilatievoegen

Er zijn diverse speciale profielen voor de afwerking van gevulde dilatatievoegen. De afwerking kan ook bestaan uit twee stucstopprofielen met een tussenliggende kitvoeg van 3 mm.

 

Bekijk het adviesblad dilataties en aansluitingen.