Maximale wandlengte bij wanden op een niet-doorbuigende ondergrond

De maximale wandlengte die is toegestaan vanwege krimpvervorming staat in onderstaande tabel. Hierbij gaat het om een dragende wand op een niet-doorbuigende ondergrond, zoals een funderingsbalk.
De maximale lengte hangt ook af van de gekoppelde dwarswanden aan de uiteinden. Deze dwarswanden beperken de krimp van de wand. Daarbij maak je onderscheid tussen drie situaties:
- Buigslap: de wand is aan het uiteinde verbonden met een dwarswand die even dik of dunner is dan de te beoordelen wand.
- Buigstijf: de wand is aan het uiteinde verbonden met een dwarswand die dikker is dan de te beoordelen wand.
- Onbelemmerd: de wand heeft links en/of rechts een vrij uiteinde. Er zijn geen dwarswanden aanwezig of de wanden zijn door een dilatatie van elkaar gescheiden.
Wat is een voorbeeld van een massieve bouwmuur van 300 mm?
Deze bouwmuur heeft aan de uiteinden akoestisch ontkoppelde dwarswanden van 100 mm dik. Uit de tabel blijkt dat voor een wanddikte groter dan 200 mm en een verdiepingshoogte van 2,7 meter een maximale wandlengte van 10 meter geldt bij onbelemmerde uiteinden. Is er op deze locatie een trapgat aanwezig? Dan adviseren we om de wand te dilateren vanwege de grote belastingsverschillen.
Wat is een voorbeeld van een ankerloze spouwmuur van 120 mm?
Voor de benodigde stabiliteit is de langsgevel van 100 mm aan de uiteinden met een verlijmde loodvoegverbinding gekoppeld aan de ankerloze spouwmuur. De langsgevel is dunner dan de te beoordelen wand van 120 mm. Daardoor zijn de uiteinden buigslap verbonden. Uit de tabel blijkt dat voor een wand dunner dan 200 mm en een verdiepingshoogte van 2,7 meter een maximale wandlengte van 5,95 meter geldt.
De meeste bouwmuren zijn langer dan 8 meter. Daarom moet de ankerloze spouwmuur ongeveer in het midden een dilatatie krijgen. Hierdoor ontstaat een wand die aan één zijde buigslap is verbonden en aan de andere zijde onbelemmerd is. De maximale wandlengte bedraagt dan 7,85 meter.