Algemene richtlijnen schoren

Gebruik bij voorkeur een wandschoor waarvan de koppen onder een beperkte hoek kunnen draaien. Gebruik je schoren met vaste lippen aan de uiteinden? Plaats deze dan onder de juiste hoek. Zo voorkom je dat je tijdens het aandraaien van de bouten de lijmvoeg van het bovenste element beschadigt.
Boor de ankergaten voor de schoren minimaal 100 mm vanaf een voeg. Het aantal benodigde schoren hangt af van de verwachte windkracht.
Hoe plaats je wandschoren?
Deze richtlijnen gelden voor eengezinswoningen tot 10 meter hoog met verdiepingshoge wanden van ongeveer 2,7 meter hoog:
- Plaats standaard wandschoren onder een hoek van ongeveer 45 graden, met een maximale afwijking van 10 graden op ongeveer 1,8 meter hoogte, meestal ter hoogte van de derde laag elementen.
- Bevestig de schoren met geschikte pluggen en bouten. Gebruik bevestigingsmiddelen met een minimale karakteristieke bezwijkbelasting van 8 kN. Raadpleeg hiervoor de specifieke gegevens van de fabrikant.
Wanneer mag je wandschoren verwijderen?
Verwijder schoren pas als de werkzaamheden aan de bovenliggende verdiepingen volledig zijn afgerond en alle definitieve stabiliteitsvoorzieningen zijn aangebracht.
Dit betekent dat:
- dwarswanden zijn geplaatst
- vloeren zijn gelegd en gestort
- de vloeren voldoende zijn uitgehard
- voegvullingen bij kanaalplaten zijn aangebracht en voldoende zijn verhard
Wanneer plaats je extra schoren?
- Waait het tijdens het lijmen van de wanden al hard? Schoor de wand dan direct vanaf het eerste element van de derde laag, vooral bij dunne wanden. Controleer voordat je de schoren vastzet met een lang waterpas of de wand volledig te lood staat.
- Houd rekening met extra windbelasting als omliggende bebouwing ontbreekt of als je hoger werkt dan 10 meter. Controleer bij een stormwaarschuwing alle wanden en plaats waar nodig extra schoren.