Richtlijnen voor het opperen van materialen

Volg deze richtlijnen voor het veilig opperen van materialen:
- Onderstempel de verdiepingsvloeren.
- Plaats elementen zo dicht mogelijk bij de vloeroplegging en stapel maximaal twee lagen op elkaar.
- Plaats de elementen op latten of balkjes. Zo voorkom je beschadigingen, optrekkend vocht en vervuiling. De elementen staan ook stabieler, waardoor de kans op omvallen afneemt.
- Plaats de stelmachine in het midden tussen de te stellen wand en de geopperde elementen. Houd rekening met het maximale gewicht dat op de machine staat vermeld.
- Houd rekening met de reikwijdte van de giek en het maximale hefgewicht van het type stelmachine.
- Zorg bij voorkeur voor een vrije werkruimte van minimaal 1 meter naast de wand.
- Gebruik gekeurde opperklemmen.
- Laat leidingen maximaal 100 mm boven de vloer uitsteken en markeer ze duidelijk. Zo voorkom je struikelgevaar en beschadigingen aan leidingen.
- Dek vloersparingen en leidingsleuven goed af. Rijd nooit met de stelmachine over een trapgatafdichting.
- Zorg voor krachtstroom voor de elementenstelmachine.
- Je kunt beganegrondvloeren niet onderstempelen. Houd daarom rekening met de toegestane opperbelasting van de kalkzandsteen en verdeel de belasting over meerdere vloerplaten.