Aanbrengen leidingsleuven en sparingen voor inbouwdozen

Breng leidingsleuven altijd verticaal aan. De totale breedte van verticale sleuven met een maximale diepte van 40 mm en een maximale breedte van 150 mm mag maximaal 15% van de wandbreedte per meter bedragen. Breng grotere verzwakkingen en horizontale sleuven alleen aan in overleg met de constructeur. 

Hoe zaag je leidingsleuven stofvrij? 

Zaag leidingsleuven met een zaagmachine met twee diamantzaagbladen. Verwijder het materiaal tussen de zaagsneden daarna door het uit te hakken. 

Werk volgens de arbo-richtlijnen en zaag stofvrij. Gebruik hiervoor één van deze methodes: 

  • droog zagen met stofafzuiging 
  • nat zagen zonder afzuiging 
  • nat zagen met afzuiging 

Bij nat zagen met afzuiging zuig je ook het water af. Plaats de afzuiging centraal en sluit de machine met een lange slang aan op een industriële waterzuiger. Kies de machine op basis van het gewicht, vermogen, de diameter en de levensduur van de zaagbladen. Houd ook rekening met de kosten van de zaagbladen. Stel de watertoevoer zo af dat er geen grote hoeveelheid water over de wand loopt. 

Hoe zaag je leidingsleuven in Hoogbouwelementen®? 

Gebruik bij Hoogbouwelementen® de natte zaagmethode met afzuiging. Hiermee bereik je de hoogste zaagsnelheid en een langere levensduur van de zaagbladen. Stem het zaagblad en de gatenboor af op de hardheid van de Hoogbouwelementen®. 

Hoe voorkom je geluidsverlies door leidingen en elektradozen? 

  • Zorg bij geluidsisolerende wanden, zoals woningscheidende wanden, dat je geen doorgaande gaten maakt voor leidingen en elektradozen. Vul gaten die toch ontstaan opnieuw met metselmortel.  
  • Plaats bij wanden tot en met 214 mm dikte de elektradozen verspringend ten opzichte van elkaar. Houd daarbij minimaal 300 mm verspringing aan tussen de wandcontactdozen van woning 1 en de naastgelegen woning 2. 

Dunpleister

Alle wanden die zijn opgebouwd met elementenlijmwerk, waaronder Hoogbouwelementen®, kun je afwerken met een dunpleisterlaag tot 3 mm dik. Volg hiervoor altijd de verwerkingsvoorschriften van de producent. 

Hoe voorkom je problemen bij het afwerken? 

Breng geen dunpleister aan op natte wanden. Zorg daarom tijdens de ruwbouw voor een goede afdekking van de wanden. Maak het casco zo snel mogelijk waterdicht en ventileer de ruimtes goed. Neem bij uitwendige hoeken dunpleisterhoeksperen op in de wandafwerking. Zo werk je de hoeken zorgvuldig af. 

Bekijk voor meer informatie het adviesblad pleistersystemen.

Dikpleister

Wanden van vuilwerkstenen of -blokken werk je traditioneel af met een dikke raaplaag van 5 tot 10 mm. Je kunt ook een machinaal aangebrachte spuitmortel op basis van gips gebruiken. In sommige situaties kies je voor een leemstucafwerking. 

Hoe zorg je voor strakke hoeken bij pleisterwerk? 

Plaats bij raamopeningen en uitwendige hoeken altijd een hoekspeer. Hiermee maak je strakke hoeken en verkort je de verwerkingstijd. 

Wanneer gebruik je een voorstrijk? 

Een voorstrijk helpt om verschillen in zuiging van de ondergrond te verminderen en zorgt voor een betere verwerking. Breng de voorstrijk niet aan bij temperaturen lager dan 5 °C. 

Bekijk voor meer informatie het adviesblad pleistersystemen.

Tegelwerk

Breng tegelwerk rechtstreeks aan op een gelijmde wand. Gebruik hiervoor bij voorkeur een flexibele tegellijm. Controleer vooraf of de wand voldoende vlak is. Is een uitvlaklaag nodig? Gebruik dan een uitvlaklaag op cementbasis. Een gipsgebonden uitvlaklaag geeft een grotere kans dat het tegelwerk loslaat. 

Hoe verwerk je dilataties in tegelwerk? 

Zet dilataties in kalkzandsteenwanden altijd door in het tegelwerk. In badkamers kunnen extra dilataties nodig zijn door de grootte van de tegelvlakken. 

Volg bij het aanbrengen van tegelwerk deze werkwijze: 

  • werk altijd vanuit de dilatatie 
  • dicht de voeg af met een elastische kit 
  • sluit tegels en vensterbanken bij borstweringen tussen twee neggekanten niet strak aan op de opgaande neggekant 
  • werk de naad af met een elastische kit in de kleur van de voeg 
  • werk aansluitingen tussen dragende en niet-dragende wanden af met een elastische kit 

Houd tegels aan beide zijden vrij van de hoek, zodat beweging van de constructie mogelijk blijft. 

Wanden met vellingblokken

Wanden met vellingblokken hoef je in principe niet af te werken. Verwijder uitpuilende lijmresten pas nadat de lijm voldoende is aangetrokken. Zo voorkom je vlekvorming op de vellingkanten. 

Wil je de wand toch afwerken? Gebruik dan muurverf (gespoten of aangebracht met een roller en kwast), Sigmulto of een gespoten structuurlaag, zoals spackwerk. Voor een strakker eindresultaat verlijm je de stootvoegen of vul je deze achteraf met een kitvoeg.