Richtlijnen: maken van de kim

Een goede kim vormt de basis voor een stabiele kalkzandsteenwand. Volg onderstaande richtlijnen voor de juiste kimvoeg, mortel, kimblokken en verwerking. Zo zorg je voor een goede draagkracht en een vlakke basis voor de wand. 

Hoe maak je een kim voor kalkzandsteenwanden? 

1. Hoe dik maak je de kimvoeg? 

Ontwerp de kimvoeg met een dikte van 15 tot 30 mm. De vloer mag daarbij maximaal 10 mm afwijken in hoogte (+ of – 10 mm). Een te dikke kimvoeg vermindert de draagkracht van de wand. Gebruik daarom bij zwaar belaste wanden een dikker kimblok als de kimvoeg groter wordt dan 30 mm. 

Stel de kim vlak en waterpas in de lengte- en dwarsrichting met een kimwaterpas. 

Visual invoegen 

2. Welke mortel gebruik je voor de kim? 

Gebruik een mortel voor sterk zuigende stenen met een minimale sterkte van 10 N/mm² (M10), zoals Calduran Metselfix®. Gebruik geen standaard gevelsteenmortel (M5). 

Voor kalkzandsteenwanden met een druksterkte hoger dan CS20 gebruik je minimaal een M25-mortel, zoals Calduran Kimfix®. 

Visual niet overnemen. Voegt niks toe. 

3. Welke druksterkte hebben kimblokken nodig? 

De druksterkte van de kimblokken moet minimaal gelijk zijn aan de druksterkte van de elementen in de wand. 

4. Hoe vul je kimblokken? 

Vul de kopse kanten van de kimblokken volledig met lijm- of metselmortel. 

5. Hoe plaats je kimblokken dragend? 

Breng de kim volledig dragend aan. Bij vloerranden mag de kim maximaal 10% van de wanddikte overkragen, met een maximum van 15 mm. 

6. Wanneer breng je de kim aan? 

Breng de kim één dag vóór het verlijmen van de wand aan. Zo krijgt de kimspecie voldoende tijd om te verharden. 

Bij lage temperaturen houd je een langere uithardingstijd aan. Lees hierover meer in het adviesblad kimvoegsterkte.

7. Hoe maak je een kim bij vellingproducten? 

Bij vellingproducten gebruik je vellingkimblokken van 48 mm of 98 mm hoog. Een uitzondering geldt voor een V67-wand. 

Maak de kim zo vlak mogelijk. Zo ontstaat een strak horizontaal voegenpatroon. 

8. Wanneer plaats je wanden op folie? 

Plaats niet-dragende wanden langer dan 2 meter op folie bij doorbuigende ondergronden. Zo voorkom je aanhechting met doorbuigende, ruwe betonvloeren. Bij wanden op stalen balken heeft folie geen effect. 

Leg de folie op de ruwe vloer, onder de kimspecie, tot ongeveer 400 mm van beide uiteinden. De folie moet breed genoeg zijn om langs de wanden omhoog te zetten. Zo blijven ook cementdekvloeren vrij van de wanden. 

Afbeelding: wanden op doorbuigende ondergronden op folie plaatsen 

9. Hoe verwerk je dilataties in hoge kimconstructies? 

Bij een kimconstructie hoger dan 150 mm zet je de dilatatie van de wand door in de kimconstructie. 

10. Hoe plaats je kimblokken bij niet-dragende wanden? 

Niet-dragende wanden en akoestisch ontkoppelde binnenspouwbladen eindigen aan de bovenzijde ongeveer 10 mm lager dan dragende wanden. Plaats daarom de kimblokken van deze wanden 10 mm lager, zoals aangegeven op de wanduitslag. 

11. Wanneer gebruik je isolatiekimmen? 

Isolatiekimmen van cellenbeton hebben een lagere druksterkte. Gebruik deze alleen na goedkeuring van de hoofdconstructeur. Calduran levert speciale isolatiekimblokken: Calduran ISOkim. Deze kimblokken hebben CS20-kwaliteit en bieden een hoge thermische isolatie. 

Richtlijnen voor het opperen van materialen

Volg deze richtlijnen voor het veilig opperen van materialen: 

  1. Onderstempel de verdiepingsvloeren. 
  1. Plaats elementen zo dicht mogelijk bij de vloeroplegging en stapel maximaal twee lagen op elkaar. 
  1. Plaats de elementen op latten of balkjes. Zo voorkom je beschadigingen, optrekkend vocht en vervuiling. De elementen staan ook stabieler, waardoor de kans op omvallen afneemt. 
  1. Plaats de stelmachine in het midden tussen de te stellen wand en de geopperde elementen. Houd rekening met het maximale gewicht dat op de machine staat vermeld. 
  1. Houd rekening met de reikwijdte van de giek en het maximale hefgewicht van het type stelmachine. 
  1. Zorg bij voorkeur voor een vrije werkruimte van minimaal 1 meter naast de wand. 
  1. Gebruik gekeurde opperklemmen. 
  1. Laat leidingen maximaal 100 mm boven de vloer uitsteken en markeer ze duidelijk. Zo voorkom je struikelgevaar en beschadigingen aan leidingen. 
  1. Dek vloersparingen en leidingsleuven goed af. Rijd nooit met de stelmachine over een trapgatafdichting. 
  1. Zorg voor krachtstroom voor de elementenstelmachine. 
  1. Je kunt beganegrondvloeren niet onderstempelen. Houd daarom rekening met de toegestane opperbelasting van de kalkzandsteen en verdeel de belasting over meerdere vloerplaten. 

Levering en losplaats

Een mooie en onbeschadigde wand begint met een goede opslag en een zorgvuldige verwerking van de producten. Zorg daarom voor een geschikte ondergrond op de losplaats en dek de producten tijdens natte perioden goed af. 

Welke afspraken maak je voor de levering? 

Om de levering en het retour halen van materialen soepel te laten verlopen, maken we vooraf duidelijke afspraken. Zo voorkom je vertragingen en blijft het bouwproces efficiënt verlopen. 

Alle richtlijnen voor levering, opslag en verwerking vind je in de verwerkingsinstructies.

Ondergrond en kim

De kimlaag vormt de basis van een gelijmde kalkzandsteenwand. Door de kimblokken strak en vlak te stellen, ontstaat een vlakke ondergrond voor het verlijmen van blokken of elementen. 

Een juiste kimhoogte zorgt ervoor dat de bovenste laag van de wand op de juiste hoogte uitkomt. Hierdoor kun je de vloer direct opleggen. Dit geldt ook voor wanden die je met handzame lijmblokken opbouwt. 

Lijmen van elementen

Het grootste deel van de kalkzandsteenwanden wordt verlijmd. De kwaliteit van de verwerking bepaalt voor een belangrijk deel het eindresultaat. 

Een goede kimlaag vormt de vlakke basis voor het lijmen van de elementen. Vul de lijmvoegen volledig en houd de juiste voegdiktes aan: 

  • de lintvoeg heeft een blijvende dikte van 2 mm 
  • de stootvoeg heeft een blijvende dikte van 3 mm 

Met een juiste verwerking bouw je een vlakke en kwalitatieve kalkzandsteenwand.